Technieken
Kruissjorring
De kruissjorring word gebruikt om twee palen kruisvormig op elkaar vast te zetten. Goed gesjorrt zijn deze balken in staat zware lasten te dragen.

Begin met een Timmersteek aan de staande paal onder de plaats waar de twee balken kruisen. Haal het touw voor de dwarsbalk naar boven. Door het touw vaker voor en achter de twee palen langs te halen trek je de balken strak aan elkaar. Werk alleen horizontaal en verticaal, haal het touw nooit diagonaal over de balken. Als je dit een paar keer gedaan hebt ga je woelen, dat bedoelt, dat je het touw tussen de twee balken om zich zelf heen haalt en stevig vasttrekt. Zit alles goed vastgetrokken, zou er geen speling meer mogen zijn. Het einde van het touw maak je met een mastworp aan de dwarsbalk vast.

Driepikkel
Driepikkels zijn kleine torentjes die je vaker in constructies nodig hebt bijvoorbeeld om een vuurshelter te maken

Leg de drie balken bij elkaar, het is handig als je op de plaats waar je de sjorring wilt aanbrengen een balkje onder de drie balken legt. Bevestig nu het touw aan een van de uiterste balken en haal dan het touw boven en onder de drie balken door. Als je dit en keer of vier gedaan hebt woel je tussen de rechte en de middelste balk en tussen de linke en de middelste balk. Bevestig het touw dan met een mastworp. Voor de stevigheid sjorr je het best aan elke kan
van de opgezette driepikkel een dunnere balk. Dat is ook handig om erop te klimmen.

Knopen

» Platte knoop

Een van de bekendste knopen is de platte knoop. Het is een knoop die geschikt is om twee touwen van gelijke dikte aan elkaar vast te maken, bv bij een vlag in de vlaggemast. Gebruik de platte knoop niet om zware ladingen aan te houden, want onder hoge druk is hij niet betrouwbaar genoeg. Voor kleine klusjes is de knoop erg geschikt en snel gelegd. Let wel op dat de twee uiteinden aan dezelfde kant van de knoop uitsteken. Als dat niet zo is dan krijgen we een knoop die niet betrouwbaar is en heel vlug terug loskomt.

» Schootsteek

Deze steek wordt gebruikt om twee niet even dikke touwtjes toch veilig aanelkaar te kunnen knopen. Deze knoop wordt al wat moeilijker. Om te beginnen maak je in je linkerhand een lus, het vijvertje. Daarna neem je het uiteinde in je rechterhand ter hand en laat dat uit het vijvertje komen. Dus van onder af naar boven. Het slangetje komt nu uit het vijvertje. Vervolgens gaat het slangetje onder de beide uiteinde in de linkerhand. Het slangetje gaat om de boom. Vervolgens haal je het touwtje onder zichzelf door, maar het blijft uit de vijver, dus het gaat over de vijver heen. Let even op dat de twee korte uiteinden aan dezelfde kant van de knoop uitkomen. Kijk maar op het plaatje hier links.

» Vissersknoop

Dit is een schuifknoop. Je kan de lengte van het touw veranderen door de enkele knopen naar elkaar toe dan wel van elkaar af te schuiven. Deze knoop wordt bijvoorbeeld gebruikt in de veter van je hoed. Maak met beide uiteinde een enkele knoop om het aandere uiteinde en doe dit zo dat de slagen precies tegenover elkaar zitten, zodat als je de knoop aantrekt de enkele knopen netjes in elkaar vallen.

» Achtknoop

De achtknoop is bedoeld als touwverdikking. Je legt een achtknoop, dus aan in het touw, zodat hij bijvoorbeeld niet door een katrol kan schieten. Deze knoop is erg makkelijk. Hij lijkt erg veel op de enkele knoop, maar krijgt de vorm van een acht. Hou het touw omhoog, maak een bocht en leg het uiteinde over het touw. Haal het onder het touw door en steek het in de lus die je hebt gemaakt door de bocht te maken. Als het goed is heb je nu een acht als je hem niet aantrekt.

»Dubbele Achtknoop

De dubbele achtknoop is net hetzelfde als een gewone achtknoop alleen steek je hem nog eens na. Dat wil zeggen dat je met het uiteinde het touw in de achtknoop volgt Dit gaat veel makkelijker als je de achtknoop die je eerst maakt nog goed los laat zitten. Je kan hem dan strak trekken wanneer hij nagestoken is.

» Mastworp

Deze worp wordt gebruikt om een touw vast te maken aan een paal met een continu kracht aan beide kanten van de worp of een kant. Meestal wordt hij gebruikt bij het begin en eind van een sjorring, ook wordt hij gebruikt om bij het vlag hijsen en strijken het touw vast te maken aan de vlaggemast. Er zijn twee manieren om de mastworp te leggen. De eerste manier is om het touw omhoog langs de paal te leggen en vervolgens rechtsom de paal te gaan en het touw achter het touw langs te halen dat omhoog gaat en vervolgens het touw naar beneden te halen en als je dat ritueel nog eens herhaald heb je een mastworp door de knoop wat heen en weer te schuiven en aan te trekken. De tweede manier is door twee lussen te maken en deze overelkaar te schuiven. De eerste lus moet het uiteinde aan de voorkant langs snijden en bij de tweede aan de achterkant, nu leg je de tweede lus over de eerste en je hebt een mastworp. (Wel eerst even om een paal schuiven)

» Timmersteek

Als er kracht op de knoop komt te staan, dan trekt hij zichzelf strakker en zal niet meer verschuiven. Je kan hem gebruiken om bijvoorbeeld een schommel op te hangen, ook bij het begin van een diagonaal sjorring of trappersbaan. Dit is een erg makkelijke knoop. Sla het touw om de paal, haal het terug en wind de rest van je touw terug om het touw.

» Dubbele schootsteek

Deze heeft dezelfde functie als de schootsteek, maar is beter met name bij een groot verschil tussen de verschillende diktes of bij verschillende soorten touw. Zie de normale schootsteek, nu herhaal je alleen de laatste fase door nog een keer onder het vijvertje door te gaan en onder de slang door.

» Paalsteek

De paalsteek bestaat uit een enkele niet schuifbare lus. Begin met een lus en ga hier van bovenaf in met het uiteinde, vervolgens onder het andere uiteinde door en terug de lus in, zoals het touw ook gekomen is.

Je kan het ook onthouden aan de hand van volgend verhaaltje:
Cast: Piet konijn, gespeeld door de tamp (uiteinde touwwerk). De boom, gespeeld door het staande deel (stuk touw waarmee je de knoop niet maakt). Het konijnenhol, gespeeld door de snijtorn in het touwwerk en de gemene jager, een fictief figuur.
Het verhaal: De boom staat achter het konijnenhol van Piet in een donkere bos. Het konijn (het uiteinde van het touw) komt uit zijn hol, loopt achter de boom en ziet plotseling de jager. Bevend van schrik huppelt hij verder om de boom en duikt terug in zijn veilig holletje. Nog steeds niet bekomen van de schrik, doet hij zijn behoefte in het hol, waardoor de boom begint te groeien (en je de paalsteek kan aantrekken).

Het uniform
Waar horen nu al die badges en kentekens?

* Nestkleur: wolvenkop in vilt komt op de linker borstzak (krijg je van de leiding)
* Eenheidskenteken (14de FOS de faunaten): op de rechtermouw, 6 cm onder de schoudernaad van het hemd
* Gewestbandje (provincie Vlaams-Brabant): op de rechtermouw onder de schoudernaad
* Verenigingskenteken (FOS-kenteken): op de linkermouw, 6 cm onder de schoudernaad ( de handjes worden mee omgenaaid tot na de belofte bij de jong givers, dan mogen de handjes zichtbaar zijn)
* Jaarthemakenteken: boven de rechter borstzak
* Kenteken België: op dezelfde hoogte als het jaarthemakenteken maar op de linker borstzak
* Schouderlint: hang je aan de linkerschouder, duidt aan tot welke patrouille je behoort